Vijf jaar geleden ben ik gestopt met lesgeven. Nu het onderwijs elke dag in het nieuws is, dankzij uitspraken van de minister of aangifte van ouders bij de politie, ben ik nog steeds blij en ook een tikkeltje weemoedig dat ik niet meer lesgeef. Hoewel ik dertig jaar met veel plezier voor de klas heb gestaan, dat wel. Maar het lijkt of er nu opeens bij mij allerlei herinneringen boven borrelen, die ik braaf opgeslagen heb in mijn geheugen en waar ik nooit iets mee heb gedaan.
Ik zal ze maar eens gaan opschrijven.
Mijn laatste lesjaar op school was een waar feestje. Ik maakte allemaal grappige dingen mee, waarvan ik dacht: Misschien moet ik maar eens ontslag nemen en mijn leven anders inrichten. Ik vind het lesgeven echt heel leuk om te doen, maar ik roei met de riemen tegen de stroom in. Ik wil geen vervelend zuur mopperig zeikwijf worden dat er dingen moeten veranderen. Zoals het schoolsysteem nu werkt, klopt gewoon niet. Kinderen hebben veel meer behoefte aan ouderwetse structuur dan wij hun bieden.
Een voorbeeld.
Toen het nieuwe schooljaar begon, was ik helaas ziek. Kaakwortelontsteking, hoge koorts. De eerste twee lesdagen miste ik daardoor. Nou ja, op zich doe je de eerste dag niet zoveel. Uitleggen hoe je heet, wat je van plan bent etc. Dus pas op de derde dag dat de school was begonnen, draaide ik mijn eerste uren.
Ik had een tweede klas. De leerlingen duwden mij opzij en stormden het lokaal binnen. Enorm gegil, geschreeuw. De hormonen en de agressie om de hoogste plaats binnen de pikorde te krijgen spatten ervan af.
Ik wachtte tot ze rustig waren geworden en zei dat ik geen lesgaf aan een stelletje junglebeesten. Ik liet ze opnieuw de klas binnenkomen. Hetzelfde tafereel. Tot drie keer toe moest ik het herhalen en kondigde toen aan dat we met zijn allen in de pauze terug zouden komen om het NORMAAl-de-klas-binnenkomen verder te oefenen. Allemaal geen probleem. Geen stemverheffing, helemaal niks. Ik bleef uiterst rustig. Dit keer ging het goed.
Toen klassenboek openslaan en zitplaatsen controleren. Een paar leerlingen waren (expres?) ergens anders gaan zitten, ook geen probleem, als je maar snel terug naar je oude plek gaat.
Er waren geen absenten. De les kon beginnen.
Iemand riep door de klas: ‘Hoe heet u eigenlijk? En wat geeft u?’
Waarop ik glimlachte en zei dat ze dat toch wel wisten? Ze waren bij Nederlands. En mijn naam? Die wisten ze vast ook al. Mijn naam stond natuurlijk op hun docentenlijst. Ach, voor mij was het veel moeilijker om 31 tijgers zo snel mogelijk uit mijn hoofd te leren. Kostte me echt wel wat meer tijd.
Of ze hun boeken op tafel wilden leggen? NIEMAND had een boek bij zich.
‘Helemaal niet erg, hoor,’ zei ik opgewekt. ‘Het is per slot van rekening pas jullie DERDE dag dit jaar op school. Het geeft alleen aan dat je niet zo slim bezig bent. Je zit hier al een jaar en je weet inmiddels best wel dat het normaal is om je leerboek bij je te hebben.’
Toen legde ik mijn regels uit. Ik bedacht ze ter plekke.
1. Op tijd komen
2. Normaal de klas binnengaan en pas als IK als eerste binnen ben. Ik hoef niet per se omver geduwd te worden
3. Huiswerk in orde
4. Je boek bij je
5. Van het raam afblijven, tenzij je daarvoor toestemming vraagt
6. Niet zomaar door de klas gaan lopen. We zijn geen lid van een wandelvereniging. We zitten op school
7. Van de spullen van je buurman afblijven
8. Altijd op dezelfde plaats gaan zitten, tenzij je daarvoor weer toestemming vraagt
9. Vinger omhoog als je iets wilt weten. We leven niet in de wei waar je door elkaar heen mag loeien.
Iemand stak meteen een vinger omhoog. ‘En anders?’
‘Acht uur melden,’ zei ik vriendelijk. ‘Bij de conciërge. Ik regel dat met een briefje. En ik ben er zelf ook al om acht uur (vanwege files, maar dat hoefden ze niet te weten).’
‘En als we dat vergeten?’
‘Twee keer acht uur melden.’
‘En daarna?’
‘Dan neem ik contact met je ouders op, dat die je persoonlijk om acht uur komen brengen. Drink ik nog snel even een kopje koffie met hen. Kunnen we samen gezellig over hun kind gaan roddelen.’
Weer een vinger omhoog.
‘Zo maakt u geen vrienden.’
Ik schoot in de lach. ‘Daar heb je gelijk in. Weet je wat? Kijk eens goed naar mij.’
Eenendertig paar ogen werden op mij gericht.
‘Alsjeblieft zeg!’ spotte ik. ‘Zie je hoe oud IK ben? Met MIJ wil JIJ toch niet bevriend zijn?”
Beetje gelach. Daarna vroeg ik aan de jongen die deze opmerking had geplaatst: ‘Hoe oud ben jij eigenlijk?’
‘Dertien.’
Ik wierp hem mijn liefste glimlach toe. ‘Dertien jaar al! Maar dan moet ik je toch wel even teleurstellen. Met jou wil ik ook niet bevriend zijn. Mij veel te jong. Ik ben geen PEDO, hoor!’
De klas schoot in de lach. ‘Een-nul,’ fluisterde iemand.
En zowaar, mijn systeem begon vanaf dit moment te werken. Ik kreeg zelfs geen klachten van de ouders dat ik dit had ingesteld en iedereen hield zich aan de afspraak van acht uur melden als je te laat kwam, je huiswerk niet af had en je boek was vergeten. De rest van de regels beschouwde ik als omgangsnormen.
Toen ik aan het einde van het schooljaar mijn ontslag bij de rector had besproken, kwam ik vijf minuten later dan normaal aanlopen. De klas stond bij de deur van het lokaal als stuiterballen te dringen. Niemand was voortijdig weggegaan. De leerlingen tikten demonstratief op hun horloge. ‘Te laat, hè? Veel te laat! Morgen acht uur melden, hoor!’
Ik nodigde hen allemaal uit om de volgende dag te komen controleren of ik er inderdaad was, maar dat ging hun te ver. Ik legde hun uit dat ik van de rector kwam en van plan was om te stoppen met lesgeven. Geen pensioen, geen financiële zekerheid, maar wel het gevoel van VRIJHEID. Doodse stilte. Waarom dan? Ik vond lesgeven toch hartstikke leuk?
´Ja, dat is ook zo.´
Ik vertelde toen over mijn schrijverscarrière.
Toen ze ten slotte hun overgangsrapport hadden gekregen en ik mijn lokaal aan het leegruimen was, mijn laatste dag op school, alleen nog één plenaire vergadering en dan was ik voorgoed weg, kwamen ze een voor een hun advies laten zien. Alsof ik dat niet zelf al wist en hen mee beoordeeld had! En ze bedankten me voor het afgelopen schooljaar. Voor de lessen, de prettige sfeer in de klas, voor alles wat ze geleerd hadden. Zo lief!