Koppelwerkwoord

Geplaatst door: januari 9, 2012

Een van de lessen die ik me nog goed kan herinneren, is de les die ik destijds moest geven over het koppelwerkwoord. In een van mijn tweede klassen, op de mavo-afdeling. De uitleg begrepen ze, maar op de een of andere manier lukte het me niet om de drie werkwoorden zijn-worden-blijven in hun hoofd gestampt te krijgen.
‘Jongens, het is belangrijk om ze te onthouden. Vooral bij Duits heb je ze nodig,’ jammerde, nee, smeekte ik. ‘Probeer ze nu alsjeblieft eens niet te vergeten.’
Tevergeefs.

Tot ik er een spelletje van maakte. Ik vertelde hoe juffrouw Postma, mijn onderwijzeres van de lagere school, af en toe strafexercities invoerde, als een kind weer eens het woord onmiddellijk verkeerd had geschreven. Dan pakte ze haar aanwijsstok en tikte met de punt op de houten vloer, terwijl wij ‘onmiddellijk met twee d’s en twee l’s’ moesten roepen. Alles op de maat.
‘Destijds vond ik dat heerlijk,’ legde ik uit. ‘Lekker gillen met zijn allen. Ik schreeuwde mijn longen uit mijn lijf. Nou, wij gaan dat nu ook eens proberen.’
Ik pakte de houten bordenwisser (niks geen digibord in die tijd) en tikte ermee op mijn tafel: ‘Als ik drie keer achter elkaar tik, roepen jullie zo hard je kunt ZIJN WORDEN BLIJVEN.’
Ik oefende het een paar keer achter elkaar en zowaar, het werkte.

Nou, ja, het werkte voor één lesuur. Twee dagen later vroeg ik bij het huiswerk overhoren: ‘Wat roep je, als ik drie keer op de tafel tik met de bordenwisser?’
Dertig paar gefronste wenkbrauwen. ‘Ja, dat was leuk! Iets met ontleden, geloof ik. Maar de rest weten we niet meer.’
Vier keer alles weer herhaald en daarna maakte ik er een toneelstukje van. Ik wees één vrijwilliger aan en besprak met hem in de klas dat hij straks even naar de gang moest. Na tien minuten mocht hij weer binnenkomen en dan moest hij de volgende conversatie voeren:
Hij: ‘Dag mevrouw Goudsmit.’
Ik: ‘Hé, hallo. Wat leuk dat je er bent.’
Hij:’Ja, ik ben een beetje laat. Sorry. Maar dat komt omdat ik u iets moet vertellen.’
Ik: ‘O ja? Wat dan?’
Hij: “Wist u dat er drie koppelwerkwoorden zijn?’
Ik: ‘Nee toch? Echt waar? Wat interessant.’
Hij: ‘Ja. En wilt u ze weten?’
Ik: ‘O, heel graag.”
En dan moest hij ze alle drie opnoemen.
De leerling droop naar de gang af. De klas zat zich te verkneukelen van de lol en de spanning.

Na tien minuten klonk er een klein verlegen klopje op de deur. Ik riep opgewekt: ‘Binnen!’
Hij bleef in de deuropening staan. Hij staarde de andere leerlingen aan, krabde in zijn haar en zei toen blozend van schrik: ‘Ik weet het niet meer!’
De muren in mijn lokaal vielen bijna om van het lawaai, zo hard moest de klas lachen.
In de kleine pauze vroeg een collega zuur aan mij: ‘Waarom was het zo’n herrie bij jou? Ik had er behoorlijk last van.’
‘Ach, ik was iets aan het uitleggen,’ zei ik luchtig. ‘Het koppelwerkwoord. Daar heb je altijd een beetje lawaai bij nodig.’

Twee jaar later moest ik surveilleren bij het schoolonderzoek MAVO. Mijn vrijwilliger was een van de eindexamenkandidaten. Terwijl ik de examenblaadjes uitdeelde, grijnsde hij naar me en tikte drie keer met zijn ballpoint op de tafel. ‘Ik weet ze nog, hoor. Zijn-worden-blijven!’
Ik gaf hem een vette knipoog. ‘Jij slaagt vast. Ik zal voor je duimen!’

Laatste schooljaar

Geplaatst door: januari 8, 2012

Vijf jaar geleden ben ik gestopt met lesgeven. Nu het onderwijs elke dag in het nieuws is, dankzij uitspraken van de minister of aangifte van ouders bij de politie, ben ik nog steeds blij en ook een tikkeltje weemoedig dat ik niet meer lesgeef. Hoewel ik dertig jaar met veel plezier voor de klas heb gestaan, dat wel. Maar het lijkt of er nu opeens bij mij allerlei herinneringen boven borrelen, die ik braaf opgeslagen heb in mijn geheugen en waar ik nooit iets mee heb gedaan.
Ik zal ze maar eens gaan opschrijven.

Mijn laatste lesjaar op school was een waar feestje. Ik maakte allemaal grappige dingen mee, waarvan ik dacht: Misschien moet ik maar eens ontslag nemen en mijn leven anders inrichten. Ik vind het lesgeven echt heel leuk om te doen, maar ik roei met de riemen tegen de stroom in. Ik wil geen vervelend zuur mopperig zeikwijf worden dat er dingen moeten veranderen. Zoals het schoolsysteem nu werkt, klopt gewoon niet. Kinderen hebben veel meer behoefte aan ouderwetse structuur dan wij hun bieden.
Een voorbeeld.
Toen het nieuwe schooljaar begon, was ik helaas ziek. Kaakwortelontsteking, hoge koorts. De eerste twee lesdagen miste ik daardoor. Nou ja, op zich doe je de eerste dag niet zoveel. Uitleggen hoe je heet, wat je van plan bent etc. Dus pas op de derde dag dat de school was begonnen, draaide ik mijn eerste uren.
Ik had een tweede klas. De leerlingen duwden mij opzij en stormden het lokaal binnen. Enorm gegil, geschreeuw. De hormonen en de agressie om de hoogste plaats binnen de pikorde te krijgen spatten ervan af.
Ik wachtte tot ze rustig waren geworden en zei dat ik geen lesgaf aan een stelletje junglebeesten. Ik liet ze opnieuw de klas binnenkomen. Hetzelfde tafereel. Tot drie keer toe moest ik het herhalen en kondigde toen aan dat we met zijn allen in de pauze terug zouden komen om het NORMAAl-de-klas-binnenkomen verder te oefenen. Allemaal geen probleem. Geen stemverheffing, helemaal niks. Ik bleef uiterst rustig. Dit keer ging het goed.
Toen klassenboek openslaan en zitplaatsen controleren. Een paar leerlingen waren (expres?) ergens anders gaan zitten, ook geen probleem, als je maar snel terug naar je oude plek gaat.
Er waren geen absenten. De les kon beginnen.
Iemand riep door de klas: ‘Hoe heet u eigenlijk? En wat geeft u?’
Waarop ik glimlachte en zei dat ze dat toch wel wisten? Ze waren bij Nederlands. En mijn naam? Die wisten ze vast ook al. Mijn naam stond natuurlijk op hun docentenlijst. Ach, voor mij was het veel moeilijker om 31 tijgers zo snel mogelijk uit mijn hoofd te leren. Kostte me echt wel wat meer tijd.
Of ze hun boeken op tafel wilden leggen? NIEMAND had een boek bij zich.
‘Helemaal niet erg, hoor,’ zei ik opgewekt. ‘Het is per slot van rekening pas jullie DERDE dag dit jaar op school. Het geeft alleen aan dat je niet zo slim bezig bent. Je zit hier al een jaar en je weet inmiddels best wel dat het normaal is om je leerboek bij je te hebben.’
Toen legde ik mijn regels uit. Ik bedacht ze ter plekke.
1. Op tijd komen
2. Normaal de klas binnengaan en pas als IK als eerste binnen ben. Ik hoef niet per se omver geduwd te worden
3. Huiswerk in orde
4. Je boek bij je
5. Van het raam afblijven, tenzij je daarvoor toestemming vraagt
6. Niet zomaar door de klas gaan lopen. We zijn geen lid van een wandelvereniging. We zitten op school
7. Van de spullen van je buurman afblijven
8. Altijd op dezelfde plaats gaan zitten, tenzij je daarvoor weer toestemming vraagt
9. Vinger omhoog als je iets wilt weten. We leven niet in de wei waar je door elkaar heen mag loeien.

Iemand stak meteen een vinger omhoog. ‘En anders?’
‘Acht uur melden,’ zei ik vriendelijk. ‘Bij de conciërge. Ik regel dat met een briefje. En ik ben er zelf ook al om acht uur (vanwege files, maar dat hoefden ze niet te weten).’
‘En als we dat vergeten?’
‘Twee keer acht uur melden.’
‘En daarna?’
‘Dan neem ik contact met je ouders op, dat die je persoonlijk om acht uur komen brengen. Drink ik nog snel even een kopje koffie met hen. Kunnen we samen gezellig over hun kind gaan roddelen.’
Weer een vinger omhoog.
‘Zo maakt u geen vrienden.’
Ik schoot in de lach. ‘Daar heb je gelijk in. Weet je wat? Kijk eens goed naar mij.’
Eenendertig paar ogen werden op mij gericht.
‘Alsjeblieft zeg!’ spotte ik. ‘Zie je hoe oud IK ben? Met MIJ wil JIJ toch niet bevriend zijn?”
Beetje gelach. Daarna vroeg ik aan de jongen die deze opmerking had geplaatst: ‘Hoe oud ben jij eigenlijk?’
‘Dertien.’
Ik wierp hem mijn liefste glimlach toe. ‘Dertien jaar al! Maar dan moet ik je toch wel even teleurstellen. Met jou wil ik ook niet bevriend zijn. Mij veel te jong. Ik ben geen PEDO, hoor!’
De klas schoot in de lach. ‘Een-nul,’ fluisterde iemand.
En zowaar, mijn systeem begon vanaf dit moment te werken. Ik kreeg zelfs geen klachten van de ouders dat ik dit had ingesteld en iedereen hield zich aan de afspraak van acht uur melden als je te laat kwam, je huiswerk niet af had en je boek was vergeten. De rest van de regels beschouwde ik als omgangsnormen.

Toen ik aan het einde van het schooljaar mijn ontslag bij de rector had besproken, kwam ik vijf minuten later dan normaal aanlopen. De klas stond bij de deur van het lokaal als stuiterballen te dringen. Niemand was voortijdig weggegaan. De leerlingen tikten demonstratief op hun horloge. ‘Te laat, hè? Veel te laat! Morgen acht uur melden, hoor!’
Ik nodigde hen allemaal uit om de volgende dag te komen controleren of ik er inderdaad was, maar dat ging hun te ver. Ik legde hun uit dat ik van de rector kwam en van plan was om te stoppen met lesgeven. Geen pensioen, geen financiële zekerheid, maar wel het gevoel van VRIJHEID. Doodse stilte. Waarom dan? Ik vond lesgeven toch hartstikke leuk?
´Ja, dat is ook zo.´
Ik vertelde toen over mijn schrijverscarrière.

Toen ze ten slotte hun overgangsrapport hadden gekregen en ik mijn lokaal aan het leegruimen was, mijn laatste dag op school, alleen nog één plenaire vergadering en dan was ik voorgoed weg, kwamen ze een voor een hun advies laten zien. Alsof ik dat niet zelf al wist en hen mee beoordeeld had! En ze bedankten me voor het afgelopen schooljaar. Voor de lessen, de prettige sfeer in de klas, voor alles wat ze geleerd hadden. Zo lief!

Ouderlijk huis

Geplaatst door: januari 3, 2012

Surfend op internet kwam ik tot de ontdekking dat mijn ouderlijk huis weer te koop staat. Dit keer rigoureus verbouwd tot een combinatie van een strak gelikt modern woonhuis met een grachtenpandsausje eroverheen gekieperd, dat door Rijksmonumenten beschermd wordt. Blijkbaar heeft de recessie bij deze bescherming ook toegeslagen, want wat er over gebleven is van de authentieke elementen is maar bedroevend weinig:
- De ramen aan de voor- en achterzijde
- De grote voordeur die met een doffe plof dichtslaat. In je bed kon je dan de dreun in de verte horen en voelen
- De nisjes in de logeerkamer, die achter het behang met onze tekeningen erop geplakt tevoorschijn kwamen, toen mijn moeder de kamer moderniseerde.
- De hoge plafonds

Destijds schreef ik voor De Gouden Muis het volgende over het huis waarin ik tot mijn achttiende jaar gewoond heb:

Mijn jeugd (als vierde in een gezin met zes kinderen) heb ik doorgebracht in Zwolle, in een oud grachtenhuis waar de ratten zich op de binnenplaats in de vuilnisbakken nestelden. Zodra je buiten een van de deksels hoorde klepperen, wist je dat je goed moest oppassen. Want mijn moeder had ons geleerd dat die beesten je onverwachts naar de keel konden vliegen, als ze zich in het nauw gedreven voelden. Gelukkig is het nooit gebeurd. Hoewel ik wel een paar keer heb meegemaakt dat een rat zo groot als een kat blazend tevoorschijn schoot, om vervolgens in het afvoerputje van de binnenplaats te plonzen en er via de riolering vandoor te gaan.
In dat grachtenhuis waren drie zolders. Op een ervan stond op een stoel een antieke typmachine, waar ik al heel jong korte verhaaltjes op schreef. Het typen was wel erg vermoeiend. Het binnenwerk van de typmachine zat zo vastgeroest dat je je vingers bij wijze van spreken bijna als bombardementen op de toetsen moest laten neervallen om letterlijk iets op papier te kunnen krijgen.
Sommige van mijn eigen verhaaltjes vond ik af en toe zo eng bedacht, dat ik als het schemerdonker begon te worden de twee trappen naar beneden afracete om heel even de warme veiligheid van de huiskamer op te zoeken.
Ik zal toen een jaar of zes, zeven geweest zijn, denk ik, want ik was nog te klein om zonder die stoel bij het lichtknopje te kunnen. En die typmachine was loodzwaar, niet te tillen! Met geen mogelijkheid kreeg ik die van die stoel af.
Op school verveelde ik me in groep drie te pletter. We leerden er lezen en schrijven van juffrouw Postma, die er geen rekening mee hield dat ik op de kleuterschool die vaardigheden al lang onder de knie had gekregen, dankzij het schooltje spelen met mijn drie oudere zussen. Tja, wat wil je: met drie strenge juffen, die het liefst met een houten liniaal “lijfstraffen” uitdeelden!
Vaak nam ik Heinzje mee naar school, een klein zachtrubberen poppetje, om stiekem in mijn vakje mee te spelen. Tot mijn schrik werd hij eens een keer afgepakt en moest hij drie dagen blijven logeren in het bureaulaatje van juffrouw Postma, tussen haar prikpennetjes en gommetjes! Ik kan me nog heel goed herinneren hoe ik ‘s avonds in bed urenlang om hem heb liggen huilen.
Laatst kwam ik ergens in een restaurant waar ze zogenaamde kunst aan de muur hadden hangen, een tweelingbroertje van mijn poppetje tegen, een soort Hulk-Heinzje: een groen gespoten monster dat met dikke spijkers door zijn rubberen lijfje aan de wand vastgespijkerd zat. Ik was hartstikke verontwaardigd toen ik het zag. Pure speelgoedmishandeling! Jammer dat er niet zoiets als een Speelgoedtelefoon bestaat…

De binnenplaats is nu overdekt en bij de keuken bijgetrokken. Arme ratten.
En de drie zolders? De zolders in het formaat van vroeger bestaan ook niet meer. Eentje is een sauna met badkamer geworden, een andere een enorme slaapkamer. De derde kon ik niet goed zien op de foto’s van funda.
Wat er met alle spoken die daar huisden is gebeurd, weet ik ook niet, maar die zullen ook wel vertrokken zijn.

Heinzje leeft nog wel. Het is alleen een erg vies en plakkerig poppetje geworden. Mijn kinderen roepen vaak: ‘Gooi weg dat ding!’
Maar dat kan ik nog steeds niet over mijn hart verkrijgen.

Schilderij

Geplaatst door: september 25, 2011

De afgelopen maanden heb ik niet veel gedaan en het toch best druk gehad. Een beetje aan mijn boek gewerkt, veel lezingen gegeven en xe9xe9n kort verhaal geschreven. Met veel plezier overigens. Ik had me aangemeld bij het project Prozart, dat later veranderde in 7even7, georganiseerd door het Platform Beroepskunstenaars, waar ik lid van ben geworden. De bedoeling was dat een beeldende kunstenaar, in nauwe samenwerking met een dichter/schrijver, zeven schilderijen zou maken, met tekst erop. Voor mij was het de eerste keer dat ik meedeed.
Het was echt heel erg leuk werk om te doen. Birgit Pederen (een Deense, al jaren in Nederland wonende kunstenares) en ik hadden ons aan elkaar vastgeplakt, wat resulteerde in vijf gezellige vergadermiddagen. Net als ik houdt zij ook erg veel van de schilderijen van Kroyer, dus dat schiep al sowieso een band. Daarnaast lieten we elkaar in elkaars eigen waarde, zij was de beeldmevrouw, ik de dame van de woorden.
Ik koos voor een variant op een sprookje van Grimm, aangelengd met andere sprookjesmotieven. Mijn dank hiervoor aan Jacques Vriens, die me met zijn theatershow op het idee bracht om bekende sprookjesmotieven eens lekker gezellig door elkaar te husselen en naar goeddunken aan te passen.
Bij het einde van het sprookje gebruikte ik de truc van Reve, die als slot bij zijn sprookjes voor x91kinderenx92 opeens een alwetende verteller in schuin gedrukte tekst opvoerde, die zich rechtreeks tot de lezer richtte. Het gevolg was dat het sprookje zich daardoor naar een hoger, ietwat maatschappijkritischer plan hees.
Vanuit dat sprookje ben ik zeven gedichten gaan maken, die over de zeven panelen die Birgit aan het schilderen was, verspreid werden.
Toen ik de eerste keer bij haar was, liet ze me de schilderijen zien, die ze in een soort rouwproces na het overlijden van haar moeder geschilderd had. Zeven panelen, met op elk paneel een grote zwartwitfoto van haar moeder in haar mooiste tijd geplakt, die ze telkens op een andere manier beschilderde en x91onderdelenx92 ervan liet oplichten. De ene keer een oog, dan een mond, een oor. Daarbij maakte ze stapje voor stapje de foto als geheel een stuk vager, waardoor je de indruk kreeg dat ze de beeltenis van haar moeder aan het loslaten was. Heel mooi vond ik het en ze nam toen mijn voorstel om dit bij onze panelen ook toe te passen onmiddellijk over. Dat we ook continu met elkaar overlegden en elkaar nooit in de haren vlogen, maakte ons samenwerking juist nog meer bijzonder.
Wat het helemaal tot een feestje maakte, was dat een of andere heilige kunstbobo in De Gelderlander onze samenwerking prees. Zijn woorden: x91Het team Bobje Goudsmit en Birgit Pedersen verweeft met respectvolle subtiliteit beider bijdragen.x92
Daar krijg ik echt zox92n tralalagevoel van blijdschap bij!

Het was natuurlijk alleen wel jammer dat onze panelen in een record tempo in de expositieruimte beschadigd werden. Daar zat niks subtiels meer aan. Gewoon een voorbeeld van respectloos gedrag ten opzichte van ons kunstwerk. Maar gelukkig kan Birgit de schade nog repareren.

Nieuw weblog

Geplaatst door: september 22, 2011

Heerlijk, dat mijn weblog weer in de lucht is. Ik heb me onmiddellijk iets gevoorgenomen: ik ga me niet meer opwinden over de invasie van al die vertaalde boeken die op de markt verschijnen. Er zitten gewoon heel goede exemplaren bij en ach, ik lees ook heel graag vertaalde boeken. Het is alleen jammer dat een aantal uitgevers het gemakkelijker vinden om een vertaald boek dat allang zijn sporen in het buitenland verdiend heeft, uit te brengen dan te investeren in een oorspronkelijk Nederlandse auteur. Loop maar eens een boekwinkel binnen en je schrikt van de hoeveelheid vertalingen. Bij De Slegte krijg je helemaal nachtmerriegevoelens: drie boeken tegen een gereduceerde prijs, en de laatste is ook nog gratis. Maakt niet uit of het wel of niet vertaald is. We hebben langzamerhand met zijn allen een enorme boekenberg ontwikkeld.

Dinsdag vertelde een vriendin mij dat iemand die wij gemeenschappelijk kennen gezellig met het I-padje op vakantie ging, met 1000 illegaal gedownloade titels. Als een boek haar dan niet meteen x91paktex92, kon ze het tenminste onmiddellijk deleten of gewoon op haar I-pad laten staan. Geen stofnesten meer. Geen zoldervloer meer die langzaamaan gaat doorbuigen.

En ook geen honorarium meer voor ons, schrijvers, die al zo weinig verdienen. Grrrr!

Afgelopen zaterdag was ik bij De Dag van het Kinderboek, in de OBA in Amsterdam, georganiseerd door Ted van Lieshout. Wat was ik toen blij dat ik geen weblog in de lucht had, waarop ik flink kon gaan lopen mopperen. Nu moest ik mij beheersen. Het CPNB had namelijk weer de Gouden Griffels ingesteld, voor de leeftijdsgroep van 12 t/m 15 jaar. Hoera! We hebben dus nu twee mooie prijzen voor boeken voor jongeren.

Maar wat bleek? Er waren vijf genomineerden, waarvan vier vertalingen en xe9xe9n oorspronkelijk Nederlandstalig boek. Volgens de reglementen moesten er twee prijzen worden uitgereikt, om het een beetje spannend te maken. Nou, ik zat op het puntje van mijn stoel, wie van die vijf schrijvers de Gouden Griffel voor HET NEDERLANDSE Boek zou winnen… Het charmante was dat de auteur zelf heel verrast reageerde.

Tsjonge jonge.

 

Terrasje

Geplaatst door: juli 11, 2011

Laatst maakte ik iets mee, wat me erg ongemakkelijk deed voelen. Zie ik het verkeerd of is het terecht dat ik de indruk kreeg dat die man me irritant probeerde te intimideren? He ging als volgt. Met een goede vriendin had ik in Utrecht afgesproken. Uitverkoopje, maar vooral veel bijkletsen, daar gingen we voor. We hadden elkaar al een tijd niet gesproken, dus er was stof te over. Na twee uur winkel in, winkel hadden we moeie pootjes en dorst, dus we zegen (na inmiddels drie keer nee tegen Straatkrantverkopers gezegd te hebben) vermoeid op een terrasje bij de Domtoren neer. En natuurlijk doorgaan met kletsen kletsen kletsen, onze voorraad onderwerpen is na zoveel jaren vriendschap nog steeds onuitputtelijk. Opeens stond er een grote man voor mij. Ik had hem nog niet opgemerkt, maar mijn vriendin zei achteraf dat hij er al even stond, maar dat ze nog niet klaar was met haar verhaal. Hij vouwde zijn handen op zijn buik en zei nadrukkelijk tegen mij: x91Goedendag.x92 Meer niet. Haar negeerde hij. Ik keek hem onderzoekend aan en kon hem niet goed plaatsen. Hij had geen schort of geldbuidel om zijn middel, geen doek over zijn schouder en geen opschrijfboekje in de hand. Gewoon een man in een donkere broek en een T-shirt. Ik dacht: x91Wat wil die man? Hoort hij bij de bediening of is het weer iemand die ons iets probeert aan te smeren?x92 Ik gokte op safe: bediening. Mijn antwoord, met een voorzichtige glimlach: x91Voor mij alstublieft een Ice-tea.x92 Hij boog even en herhaalde nu nog nadrukkelijker: x91Goedendag.x92 Met een lichte knik van zijn hoofd. Waarop ik in de lach schoot en antwoordde: x91U hoeft mij niet meer op te voeden, hoor, daar ben ik inmiddels te oud voor. Voor mij alstublieft een Ice-tea.x92 Hij verdween zwijgend naar binnen. Even later kwam hij weer naar buiten en vroeg luid verstaanbaar aan twee jonge mensen die aan het tafeltje naast ons neergestreken waren: x91Goedendag. Wat kan ik voor u doen?x92 Ze gaven hun bestelling op. Ik riep tegen zijn rug: x91Goedendag! Hoort u mij nu goedendag zeggen? Goedendag!x92 Een beetje flauwe reactie van mij. Hij draaide zich om naar ons en gaf me de opdracht om onmiddellijk het terrasje te verlaten. Te VERLATEN! Met het begeleidende commentaar: x91Wat denkt u wel? Ik ben uw slaafje niet.x92 Waarop ik weer in de lach schoot x96nu van kwaadheid- en antwoordde:x92Laat ik nou toch gedacht hebben dat het uw werk was om mensen te bedienen! Maar daar heb ik me blijkbaar in vergist.x92 Natuurlijk gingen we weg, mijn vriendin met gekromde tenen over dit incident waar iedereen had meegeluisterd, ik met stoom uit mijn oren. En natuurlijk had ik braaf goedendag terug kunnen zeggen tegen deze man toen hij dat per se wilde. Maar niemand kan mij dwingen om iemand, die me zo horkerig behandelt, zijn zin te geven. Hij had ook kunnen zeggen: x91Goedendag, wat kan ik voor u doen? Wat wilt u bestellen?x92 Of iets dergelijks. Hij had een duidelijke antipathie tegen MIJ. Blijkbaar last van een groot vooroordeel: vrouw van bijna zestig, winkelend, uitverkoop, brrrrrr!

Terrasje

Geplaatst door:

Laatst maakte ik iets mee, wat me erg ongemakkelijk deed voelen. Zie ik het verkeerd of is het terecht dat ik de indruk kreeg dat die man me irritant probeerde te intimideren? He ging als volgt. Met een goede vriendin had ik in Utrecht afgesproken. Uitverkoopje, maar vooral veel bijkletsen, daar gingen we voor. We hadden elkaar al een tijd niet gesproken, dus er was stof te over. Na twee uur winkel in, winkel hadden we moeie pootjes en dorst, dus we zegen (na inmiddels drie keer nee tegen Straatkrantverkopers gezegd te hebben) vermoeid op een terrasje bij de Domtoren neer. En natuurlijk doorgaan met kletsen kletsen kletsen, onze voorraad onderwerpen is na zoveel jaren vriendschap nog steeds onuitputtelijk. Opeens stond er een grote man voor mij. Ik had hem nog niet opgemerkt, maar mijn vriendin zei achteraf dat hij er al even stond, maar dat ze nog niet klaar was met haar verhaal. Hij vouwde zijn handen op zijn buik en zei nadrukkelijk tegen mij: xe2x80x98Goedendag.xe2x80x99 Meer niet. Haar negeerde hij. Ik keek hem onderzoekend aan en kon hem niet goed plaatsen. Hij had geen schort of geldbuidel om zijn middel, geen doek over zijn schouder en geen opschrijfboekje in de hand. Gewoon een man in een donkere broek en een T-shirt. Ik dacht: xe2x80x98Wat wil die man? Hoort hij bij de bediening of is het weer iemand die ons iets probeert aan te smeren?xe2x80x99 Ik gokte op safe: bediening. Mijn antwoord, met een voorzichtige glimlach: xe2x80x98Voor mij alstublieft een Ice-tea.xe2x80x99 Hij boog even en herhaalde nu nog nadrukkelijker: xe2x80x98Goedendag.xe2x80x99 Met een lichte knik van zijn hoofd. Waarop ik in de lach schoot en antwoordde: xe2x80x98U hoeft mij niet meer op te voeden, hoor, daar ben ik inmiddels te oud voor. Voor mij alstublieft een Ice-tea.xe2x80x99 Hij verdween zwijgend naar binnen. Even later kwam hij weer naar buiten en vroeg luid verstaanbaar aan twee jonge mensen die aan het tafeltje naast ons neergestreken waren: xe2x80x98Goedendag. Wat kan ik voor u doen?xe2x80x99 Ze gaven hun bestelling op. Ik riep tegen zijn rug: xe2x80x98Goedendag! Hoort u mij nu goedendag zeggen? Goedendag!xe2x80x99 Een beetje flauwe reactie van mij. Hij draaide zich om naar ons en gaf me de opdracht om onmiddellijk het terrasje te verlaten. Te VERLATEN! Met het begeleidende commentaar: xe2x80x98Wat denkt u wel? Ik ben uw slaafje niet.xe2x80x99 Waarop ik weer in de lach schoot xe2x80x93nu van kwaadheid- en antwoordde:xe2x80x99Laat ik nou toch gedacht hebben dat het uw werk was om mensen te bedienen! Maar daar heb ik me blijkbaar in vergist.xe2x80x99 Natuurlijk gingen we weg, mijn vriendin met gekromde tenen over dit incident waar iedereen had meegeluisterd, ik met stoom uit mijn oren. En natuurlijk had ik braaf goedendag terug kunnen zeggen tegen deze man toen hij dat per se wilde. Maar niemand kan mij dwingen om iemand, die me zo horkerig behandelt, zijn zin te geven. Hij had ook kunnen zeggen: xe2x80x98Goedendag, wat kan ik voor u doen? Wat wilt u bestellen?xe2x80x99 Of iets dergelijks. Hij had een duidelijke antipathie tegen MIJ. Blijkbaar last van een groot vooroordeel: vrouw van bijna zestig, winkelend, uitverkoop, brrrrrr!

Troostvogels

Geplaatst door: mei 13, 2011

Laatst had ik een bijzondere ontmoeting in de trein. Het gebeurde op een dinsdag. In het weekend daarvoor zat ik tijdens de veertigjarige dies van mijn studentenvereniging naast een clubvriendinnetje dat een aantal jaren geleden haar oudste dochter aan een geperforeerde blindedarm en dus daarna buikvliesontsteking had verloren. Het nieuws had destijds zelfs in de kranten gestaan, omdat er in de ziekenhuizen op dat moment geen plaats was geweest en ze uiteindelijk te laat geholpen kon worden en daarna ook nog allergisch bleek te zijn voor penicilline. Een drama. Ik vroeg mijn clubgenootje hoe het nu met haar ging en ze vertelde me dat het precies zoveel jaren, dagen, maanden, uren geleden was dat haar dochter in coma was geraakt. x91Vandaag, op deze zaterdag. Over een uur.x92 Stil realiseerde ik me dat ze deze datum dus nooit meer uit haar geheugen kan wissen. Elk jaar komt die periode terug. Elk jaar opnieuw verdriet. Ik sprak mijn bewondering uit dat ze haar leven toch weer had opgepakt. Ze haalde haar schouders op. x91Ja, je moet wel.x92

Die dinsdag stapte ik sukkelig als ik soms kan zijn in de verkeerde trein. Ik was op weg naar een lezing in Almelo en stond opeens in Beilen me een uur suf te vervelen. Een vrouw klungelde bij de kaartjesautomaat en om maar iets te doen te hebben maakte ik me electronisch verdienstelijk. We raakten in gesprek. Ze ging naar Den Haag, op haar kleinkinderen oppassen. En wat ik ging doen? Ik vertelde het haar.

Haar volgende vraag: x91Welk boek van u maakt dan het meeste indruk?x92

Toen ik haar over Afscheidsbrief vertelde en de afgelopen zaterdag beschreef, werd ze stil. Wat bleek nu? Ze had zelf een aantal jaren geleden een zoon verloren, door een auto-ongeluk. De bestuurder had niets, maar haar zoon was op slag dood. Aan de politie vroeg ze achteraf of hij zijn gordels aan had gehad. Ja. Dat hij dat had gedaan vond ze een plezierige gedachte, hoewel het desondanks niets had geholpen.

Om haar verdriet te verwerken had ze in stille afzondering in hun huis in Frankrijk een boek over hem geschreven en in eigen beheer uitgegeven. Troostvogels.

Ik heb het boek via haar website aangeschaft en gelezen en het verhaal maakte zoals ze het heeft opgeschreven behoorlijk indruk op me. Wat een moed, wat een doorzettingsvermogen, wat een levensdrift en wat een diepe wanhoop spreken uit haar woorden! Ze is echt door een diep dal gegaan. Als je een kind verliest, krijg je inderdaad levenslang en moet je proberen om toch maar weer verder te gaan met je leven.

En wat een onmacht bij sommige mensen om met het verdriet van iemand anders om te gaan. Ze maakte bijvoorbeeld mee dat mensen hun hoofd afwendden, om haar maar niet te hoeven aanspreken of in de ogen te kijken. Verschrikkelijk.

 Het boek verdient beslist door meer mensen gelezen te worden.

Troostvogels

 Maria Quist

 

Troostvogels

Geplaatst door:

Laatst had ik een bijzondere ontmoeting in de trein. Het gebeurde op een dinsdag. In het weekend daarvoor zat ik tijdens de veertigjarige dies van mijn studentenvereniging naast een clubvriendinnetje dat een aantal jaren geleden haar oudste dochter aan een geperforeerde blindedarm en dus daarna buikvliesontsteking had verloren. Het nieuws had destijds zelfs in de kranten gestaan, omdat er in de ziekenhuizen op dat moment geen plaats was geweest en ze uiteindelijk te laat geholpen kon worden en daarna ook nog allergisch bleek te zijn voor penicilline. Een drama. Ik vroeg mijn clubgenootje hoe het nu met haar ging en ze vertelde me dat het precies zoveel jaren, dagen, maanden, uren geleden was dat haar dochter in coma was geraakt. xe2x80x98Vandaag, op deze zaterdag. Over een uur.xe2x80x99 Stil realiseerde ik me dat ze deze datum dus nooit meer uit haar geheugen kan wissen. Elk jaar komt die periode terug. Elk jaar opnieuw verdriet. Ik sprak mijn bewondering uit dat ze haar leven toch weer had opgepakt. Ze haalde haar schouders op. xe2x80x98Ja, je moet wel.xe2x80x99

Die dinsdag stapte ik sukkelig als ik soms kan zijn in de verkeerde trein. Ik was op weg naar een lezing in Almelo en stond opeens in Beilen me een uur suf te vervelen. Een vrouw klungelde bij de kaartjesautomaat en om maar iets te doen te hebben maakte ik me electronisch verdienstelijk. We raakten in gesprek. Ze ging naar Den Haag, op haar kleinkinderen oppassen. En wat ik ging doen? Ik vertelde het haar.

Haar volgende vraag: xe2x80x98Welk boek van u maakt dan het meeste indruk?xe2x80x99

Toen ik haar over Afscheidsbrief vertelde en de afgelopen zaterdag beschreef, werd ze stil. Wat bleek nu? Ze had zelf een aantal jaren geleden een zoon verloren, door een auto-ongeluk. De bestuurder had niets, maar haar zoon was op slag dood. Aan de politie vroeg ze achteraf of hij zijn gordels aan had gehad. Ja. Dat hij dat had gedaan vond ze een plezierige gedachte, hoewel het desondanks niets had geholpen.

Om haar verdriet te verwerken had ze in stille afzondering in hun huis in Frankrijk een boek over hem geschreven en in eigen beheer uitgegeven. Troostvogels.

Ik heb het boek via haar website aangeschaft en gelezen en het verhaal maakte zoals ze het heeft opgeschreven behoorlijk indruk op me. Wat een moed, wat een doorzettingsvermogen, wat een levensdrift en wat een diepe wanhoop spreken uit haar woorden! Ze is echt door een diep dal gegaan. Als je een kind verliest, krijg je inderdaad levenslang en moet je proberen om toch maar weer verder te gaan met je leven.

En wat een onmacht bij sommige mensen om met het verdriet van iemand anders om te gaan. Ze maakte bijvoorbeeld mee dat mensen hun hoofd afwendden, om haar maar niet te hoeven aanspreken of in de ogen te kijken. Verschrikkelijk.

 Het boek verdient beslist door meer mensen gelezen te worden.

Troostvogels

 Maria Quist

 

Killerinstinct

Geplaatst door: april 7, 2011

Saartje ligt nu nog naast me in haar mandje te ronken. Ze moet straks uit en ik heb nog geen zin om me ervoor te haasten. Ergens in mijn hart ben ik boos op haar. Ze heeft laatst geprobeerd om een babykonijntje te vermoorden en het was haar nog bijna gelukt ook.

Ik liet haar x92s middags uit en op de weg zat ineens een aandoenlijk schattig babykonijntje, met een aaibaarheidsgehalte van hier tot in Tokio. Het bleef roerloos naar ons staren en Saartje x96blind als een ui- rende in haar enthousiasme dat ze UIT was het beestje aanvankelijk straal voorbij.

x91Ga weg, ga weg,x92 zei ik inwendig tegen het konijntje, maar het was al te laat. Saartje was inmiddels weer op de terugweg naar mij toe. Sinds ze bijna blind is, wil ze niet al te ver van haar baasje verwijderd zijn.

Neus aan neus stonden ze. Er gebeurde eerst niets. Saartje was te verbaasd en het babykonijntje te verlamd van angst. Tot het diertje in haar oor een doodskreet begon te slaken, met een piepend gekerm dat zich tot diep in de holte van haar hondenhersentjes boorde.

Deed het geluid Saartje op de een of andere manier aan haar plastic speeltjes met inwendige piep denken? Ze plofte nu boven op het konijntje en hapte in het nekje, met de bedoeling het beestje dood te schudden. Jammer, alleen maar bont in haar bek, dus het lukte niet. Het diertje spartelde zich los en schoot weg, maar het kon op zijn babypootjes nog niet hard genoeg rennen. Tweede poging van Saartje, het piepen werd nu scherp een scheermesje.

Ik ploegde me door het struikgewas, maar kon er niet bijkomen. Ze schoten alle kanten op. Elk boos commando van mijn kant werd overruled door het killerinstinct van mijn hond. Kijk mensen, hier is Arnolda Schwarzenegger in actie!

Gelukkig is ze al een bejaarde teef, dus na een aantal mislukte pogingen gaf ze het op en kwam vermoeid kwispelend op me af. Alsof ze me wilde zeggen: x91Hxe8, wat een leuk uitje was dit!x92

Het konijntje heb ik nergens meer gezien.