Handdruk

Geplaatst door: april 20, 2012

De docente Nederlands en ik bleven bij de deuropening staan en lieten eerst de leerlingen binnen. Een jongen kwam op me af en stak zijn hand uit.
‘Dag Bob.’ Op besliste en stoere toon. Veertien jaar, vol macho-hormonen.
Ik schudde zijn hand, maar de lerares werd kwaad.
‘Voor jou is zij mevrouw Goudsmit. Toon een beetje respect, wil je?’
De jongen en ik keken elkaar aan. Met een kleine glimlach hield ik zijn hand expres lang vast en zei: ‘Je mag me gerust BOBJE Goudsmit noemen. Maar ik ben inderdaad niet de Bob.”
Toen fluisterde ik in zijn oor: ‘By the way, je geeft een handdruk als een natte dweil. Dat past niet bij stoere jongens. Doe het eens over, alsjeblieft?’
Plechtig schudden we opnieuw.
‘Al veel beter. Dank je. Ga maar zitten.’
Na afloop van de lezing kwam deze zelfde jongen naar me toe en stak zijn hand uit om me te bedanken. ‘Ik dacht dat het saai zou worden, maar u kunt onwijs mooi vertellen. Hoe is-ie nu?’
Ik voelde hoe hij expres zijn handdruk verstevigde en glimlachte naar hem. ‘Dank je wel voor je compliment. Bijna helemaal goed.’
Tevreden liep hij weg.

HALLO

Geplaatst door: april 6, 2012

‘Hallo,’ zegt hij en hij blijft vol verwachting in de deuropening staan. ‘Herkent u mij nog?’
Ik staar hem peinzend aan. De lezing is net voorbij en het is lunchpauze. De leraar die me uitgenodigd had, is driftig op zoek naar onze lunch. Hij had kroketten besteld en daar heb ik nu ook trek in.
‘Twee jaar geleden was u ook bij ons op school,’ helpt hij me verder. ‘Ik was die jongen die toen vooraan bij u in de klas zat.’
‘Natuurlijk,’ roep ik enthousiast uit, de waarheid even gezellig de nek omdraaiend. ‘Ja, ik herinner me je nog heel goed.’
Hij kijkt verheugd.
Ondertussen reken ik snel uit dat hij inmiddels in de vierde klas zal zitten. Deze school organiseert namelijk elk jaar schrijverslezingen voor tweede klassen. Nou ja, behalve vorig jaar. En dit jaar ben ik de enige schrijfster die ze voor een aantal dagen hebben uitgenodigd.
‘Je doet dit jaar waarschijnlijk eindexamen?’
Hij knikt.
‘Ga je slagen?’
Weer een knik.
‘Fijn! Weet je al wat je daarna gaat doen?’
‘Ik ga naar het Roc,’ vertelt hij trots. ‘Ik wil doorleren.’
Daarna stokt ons gesprek, omdat hij door zijn vrienden wordt weggeroepen. Het is ten slotte pauze, en dan heb je als bijna zestienjarige in de aula ook nog andere dingen te doen dan in zo’n klaslokaal te blijven rondhangen en te kletsen met een schrijfster van twee jaar geleden.

Ik vond het een enorm compliment. Blijkbaar had mijn verhaal destijds zo’n indruk op hem gemaakt, dat hij toch even langs moest komen om mij gedag te zeggen.

Mailtje

Geplaatst door: maart 31, 2012

Deze reactie ontving ik laatst via mijn hotmail:

Beste Bobje,

In het tweede achtereenvolgende jaar dat je onze school hebt bezocht is opnieuw gebleken dat je onze leerlingen weet te stimuleren een of meerdere van je boeken te lezen. Docenten Nederlands en de mediatheekmedewerkers zijn enthousiast over de wijze waarop je de lezingen hebt verzorgd. Het is daarom des te jammer dat wij elkaar niet getroffen hebben. Afspraken binnen en buiten het schoolgebouw zijn hier helaas debet aan geweest. Maar dank je zeer voor de wijze waarop je het (jeugd)literatuuronderwijs op de Stein ook dit jaar weer een extra impuls hebt gegeven.

Met vriendelijke groet,

Daniëlla van den Beemt
Directeur VMBO

Wat een mooi compliment! Ik werd er vanbinnen helemaal blij en warm van. Natuurlijk heb ik haar bedankt voor haar lovende woorden. Ze vond het gelukkig prima dat ik dit mailtje op mijn weblog plaatste.
Wat nu precies het geheim is van mijn leesbevorderende actie? In ieder geval niet door het voorlezen, want daar begin ik niet aan. Dat vind ik toch zo’n gemakkelijke voor de hand liggende bezigheid: auteur leest voor uit eigen werk. Brrr, tenenkrommend truttig! En aan mijn website ligt het ook niet, die heb ik expres zo simpel en functioneel mogelijk gehouden. De boeken staan er op en een paar foto’s van vroeger, waaronder die ene foto met mijn bloempotkapsel toen ik drie was.

Tijdens elke lezing laat ik de clip van Freddy Mercury laat zien: I want to break free. Ik heb de clip inmiddels al tig keer gezien en toch kan ik er elke keer weer van genieten. Vooral die rare snor van Freddy Mercury boven zijn knalroze lippen is hilarisch!
Gelukkig kent bijna iedereen het liedje. Ik bof dan ook echt dat Queen me destijds toestemming gaf om de songtekst in VOORBIJ te mogen gebruiken.

Woerden

Geplaatst door: maart 26, 2012

Op het ogenblik heb ik het druk. Telkens fietst er iets anders door mijn planning heen. Vandaag wilde ik echt hard aan mijn nieuwe boek werken en hopla, ik moet nu snel boodschappen gaan doen omdat DE ZOON daarnet aankondigde vanavond te komen eten en slapen.
Veel lezingen in deze periode. Beetje rennen, vliegen, draven. Veelal op dezelfde scholen, iets wat ik echt heel erg leuk vind. Je gaat dan zo langzamerhand bij het vaste ‘meubilair’ horen. De leerkrachten en mediathecarissen kun je begroeten als oude bekenden en de gesprekken hervatten van een jaar geleden. De weg naar het koffiezetapparaat en de toiletten is dan zelfs voor deze nationale verdwaalkampioene vertrouwd geworden!
Vier keer bijvoorbeeld in Woerden geweest, op het Minkema college, binnen twee weken tijd. Een erg gezellige school. Ik heb er een rondleiding gehad en uitgebreid de auto mogen bewonderen die de tweede klassers met elkaar gefabriceerd hebben. Zo grappig: een auto bouwen en dan mag je er zelf nog geen ene meter in rijden, omdat je pas veertien, vijftien bent. Een moderne Tantaluskwelling! De leerlingen waren er allemaal verschrikkelijk trots op dat ze hun kunstwerk konden showen. Ze verzekerden mij met klem dat de auto het echt deed.
Of de ijzeren oven, met een speciaal opvangbakje ernaast: ‘Eigen ontwerp, mevrouw Bobje, hopelijk krijg ik daar een extra punt voor.’
Of de Romeinse strijdwagen voor het bloemencorso, zes stuks, die als ik me goed herinner gesponsord worden door het bedrijfsleven.
Ook zo bijzonder vond ik dat de rector me de hand kwam schudden. Vorig jaar had hij een lezing bijgewoond en nu wilde hij gewoon even hallo-leuk-dat-je-er-weer-bent tegen me zeggen. Ik waardeerde dit gebaar zeer, want zoiets heeft een sportieve uitstraling: naar de leerlingen, naar de mensen die de lezingen organiseren, naar mij en vooral naar de wereld binnen de school. Je toont je betrokkenheid met wat er zich ‘op de werkvloer’ zoal afspeelt.
Morgen naar Tilburg. Ook voor de tigste keer. Ik verheug me erop.

Busongeluk

Geplaatst door: maart 15, 2012

Een verschrikkelijk nieuws, dat busongeluk met die Belgische kinderen in die Zwitserse tunnel. Toevallig kennen we die tunnel daar goed. We zijn er nog met onze laatste vakantie doorheen gereden. Heel bizar.
Ik herinnerde me opeens weer een voorval van een paar jaar geleden. We waren op de terugweg naar huis en voor ons reed (heel toevallig) een Belgische bus. We naderden bij het plaatsje Saas-Balen een tunnel die duidelijk verbouwd werd. Ik zei nog spottend tegen mijn echtgenoot dat het flink Balen was om achter een Belgische bus de tunnel in te moeten rijden, erg flauw grapje, toen we opeens zagen hoe de rechterbovenkant van de bus de houten betimmering aan het bovenste gedeelte schampte en de hoge balk die daar vastzat naar beneden donderde. Mijn echtgenoot week snel naar links uit. Er waren gelukkig geen tegenliggers. We haalden even opgelucht adem. Pfjoew!
Daarna werd de zijwand van de bus voor onze ogen als een sardineblikje opengeritst. IJzer en stukken hout en glas belandden als een lawine van puin op de motorkap en veroorzaakten overal blutsen en deuken. Ik zat vastgebonden in de riemen en kon alleen maar toekijken hoe alles gebeurde. Een afschuwelijke ervaring. Het voelde aan alsof je in een verkeerde film bent terechtgekomen, waarin de beelden als het ware in slowmotion afgedraaid worden, terwijl je helemaal niets kan doen en alles maar over je heen moet laten komen. Letterlijk en figuurlijk.

Bij ons liep het met een sisser af. Wij kwamen allemaal met de schrik vrij. Toen de bus bij een parkeerinham stopte en we de schade konden opnemen, bleek er gelukkig alleen maar blikschade te zijn. Geen gewonden, omdat er geen passagiers in de bus hadden gezeten.
Als dat wel het geval was geweest, had het er met al die kapotte ramen waarschijnlijk anders uitgezien.

Koppelwerkwoord

Geplaatst door: januari 9, 2012

Een van de lessen die ik me nog goed kan herinneren, is de les die ik destijds moest geven over het koppelwerkwoord. In een van mijn tweede klassen, op de mavo-afdeling. De uitleg begrepen ze, maar op de een of andere manier lukte het me niet om de drie werkwoorden zijn-worden-blijven in hun hoofd gestampt te krijgen.
‘Jongens, het is belangrijk om ze te onthouden. Vooral bij Duits heb je ze nodig,’ jammerde, nee, smeekte ik. ‘Probeer ze nu alsjeblieft eens niet te vergeten.’
Tevergeefs.

Tot ik er een spelletje van maakte. Ik vertelde hoe juffrouw Postma, mijn onderwijzeres van de lagere school, af en toe strafexercities invoerde, als een kind weer eens het woord onmiddellijk verkeerd had geschreven. Dan pakte ze haar aanwijsstok en tikte met de punt op de houten vloer, terwijl wij ‘onmiddellijk met twee d’s en twee l’s’ moesten roepen. Alles op de maat.
‘Destijds vond ik dat heerlijk,’ legde ik uit. ‘Lekker gillen met zijn allen. Ik schreeuwde mijn longen uit mijn lijf. Nou, wij gaan dat nu ook eens proberen.’
Ik pakte de houten bordenwisser (niks geen digibord in die tijd) en tikte ermee op mijn tafel: ‘Als ik drie keer achter elkaar tik, roepen jullie zo hard je kunt ZIJN WORDEN BLIJVEN.’
Ik oefende het een paar keer achter elkaar en zowaar, het werkte.

Nou, ja, het werkte voor één lesuur. Twee dagen later vroeg ik bij het huiswerk overhoren: ‘Wat roep je, als ik drie keer op de tafel tik met de bordenwisser?’
Dertig paar gefronste wenkbrauwen. ‘Ja, dat was leuk! Iets met ontleden, geloof ik. Maar de rest weten we niet meer.’
Vier keer alles weer herhaald en daarna maakte ik er een toneelstukje van. Ik wees één vrijwilliger aan en besprak met hem in de klas dat hij straks even naar de gang moest. Na tien minuten mocht hij weer binnenkomen en dan moest hij de volgende conversatie voeren:
Hij: ‘Dag mevrouw Goudsmit.’
Ik: ‘Hé, hallo. Wat leuk dat je er bent.’
Hij:’Ja, ik ben een beetje laat. Sorry. Maar dat komt omdat ik u iets moet vertellen.’
Ik: ‘O ja? Wat dan?’
Hij: “Wist u dat er drie koppelwerkwoorden zijn?’
Ik: ‘Nee toch? Echt waar? Wat interessant.’
Hij: ‘Ja. En wilt u ze weten?’
Ik: ‘O, heel graag.”
En dan moest hij ze alle drie opnoemen.
De leerling droop naar de gang af. De klas zat zich te verkneukelen van de lol en de spanning.

Na tien minuten klonk er een klein verlegen klopje op de deur. Ik riep opgewekt: ‘Binnen!’
Hij bleef in de deuropening staan. Hij staarde de andere leerlingen aan, krabde in zijn haar en zei toen blozend van schrik: ‘Ik weet het niet meer!’
De muren in mijn lokaal vielen bijna om van het lawaai, zo hard moest de klas lachen.
In de kleine pauze vroeg een collega zuur aan mij: ‘Waarom was het zo’n herrie bij jou? Ik had er behoorlijk last van.’
‘Ach, ik was iets aan het uitleggen,’ zei ik luchtig. ‘Het koppelwerkwoord. Daar heb je altijd een beetje lawaai bij nodig.’

Twee jaar later moest ik surveilleren bij het schoolonderzoek MAVO. Mijn vrijwilliger was een van de eindexamenkandidaten. Terwijl ik de examenblaadjes uitdeelde, grijnsde hij naar me en tikte drie keer met zijn ballpoint op de tafel. ‘Ik weet ze nog, hoor. Zijn-worden-blijven!’
Ik gaf hem een vette knipoog. ‘Jij slaagt vast. Ik zal voor je duimen!’

Laatste schooljaar

Geplaatst door: januari 8, 2012

Vijf jaar geleden ben ik gestopt met lesgeven. Nu het onderwijs elke dag in het nieuws is, dankzij uitspraken van de minister of aangifte van ouders bij de politie, ben ik nog steeds blij en ook een tikkeltje weemoedig dat ik niet meer lesgeef. Hoewel ik dertig jaar met veel plezier voor de klas heb gestaan, dat wel. Maar het lijkt of er nu opeens bij mij allerlei herinneringen boven borrelen, die ik braaf opgeslagen heb in mijn geheugen en waar ik nooit iets mee heb gedaan.
Ik zal ze maar eens gaan opschrijven.

Mijn laatste lesjaar op school was een waar feestje. Ik maakte allemaal grappige dingen mee, waarvan ik dacht: Misschien moet ik maar eens ontslag nemen en mijn leven anders inrichten. Ik vind het lesgeven echt heel leuk om te doen, maar ik roei met de riemen tegen de stroom in. Ik wil geen vervelend zuur mopperig zeikwijf worden dat er dingen moeten veranderen. Zoals het schoolsysteem nu werkt, klopt gewoon niet. Kinderen hebben veel meer behoefte aan ouderwetse structuur dan wij hun bieden.
Een voorbeeld.
Toen het nieuwe schooljaar begon, was ik helaas ziek. Kaakwortelontsteking, hoge koorts. De eerste twee lesdagen miste ik daardoor. Nou ja, op zich doe je de eerste dag niet zoveel. Uitleggen hoe je heet, wat je van plan bent etc. Dus pas op de derde dag dat de school was begonnen, draaide ik mijn eerste uren.
Ik had een tweede klas. De leerlingen duwden mij opzij en stormden het lokaal binnen. Enorm gegil, geschreeuw. De hormonen en de agressie om de hoogste plaats binnen de pikorde te krijgen spatten ervan af.
Ik wachtte tot ze rustig waren geworden en zei dat ik geen lesgaf aan een stelletje junglebeesten. Ik liet ze opnieuw de klas binnenkomen. Hetzelfde tafereel. Tot drie keer toe moest ik het herhalen en kondigde toen aan dat we met zijn allen in de pauze terug zouden komen om het NORMAAl-de-klas-binnenkomen verder te oefenen. Allemaal geen probleem. Geen stemverheffing, helemaal niks. Ik bleef uiterst rustig. Dit keer ging het goed.
Toen klassenboek openslaan en zitplaatsen controleren. Een paar leerlingen waren (expres?) ergens anders gaan zitten, ook geen probleem, als je maar snel terug naar je oude plek gaat.
Er waren geen absenten. De les kon beginnen.
Iemand riep door de klas: ‘Hoe heet u eigenlijk? En wat geeft u?’
Waarop ik glimlachte en zei dat ze dat toch wel wisten? Ze waren bij Nederlands. En mijn naam? Die wisten ze vast ook al. Mijn naam stond natuurlijk op hun docentenlijst. Ach, voor mij was het veel moeilijker om 31 tijgers zo snel mogelijk uit mijn hoofd te leren. Kostte me echt wel wat meer tijd.
Of ze hun boeken op tafel wilden leggen? NIEMAND had een boek bij zich.
‘Helemaal niet erg, hoor,’ zei ik opgewekt. ‘Het is per slot van rekening pas jullie DERDE dag dit jaar op school. Het geeft alleen aan dat je niet zo slim bezig bent. Je zit hier al een jaar en je weet inmiddels best wel dat het normaal is om je leerboek bij je te hebben.’
Toen legde ik mijn regels uit. Ik bedacht ze ter plekke.
1. Op tijd komen
2. Normaal de klas binnengaan en pas als IK als eerste binnen ben. Ik hoef niet per se omver geduwd te worden
3. Huiswerk in orde
4. Je boek bij je
5. Van het raam afblijven, tenzij je daarvoor toestemming vraagt
6. Niet zomaar door de klas gaan lopen. We zijn geen lid van een wandelvereniging. We zitten op school
7. Van de spullen van je buurman afblijven
8. Altijd op dezelfde plaats gaan zitten, tenzij je daarvoor weer toestemming vraagt
9. Vinger omhoog als je iets wilt weten. We leven niet in de wei waar je door elkaar heen mag loeien.

Iemand stak meteen een vinger omhoog. ‘En anders?’
‘Acht uur melden,’ zei ik vriendelijk. ‘Bij de conciërge. Ik regel dat met een briefje. En ik ben er zelf ook al om acht uur (vanwege files, maar dat hoefden ze niet te weten).’
‘En als we dat vergeten?’
‘Twee keer acht uur melden.’
‘En daarna?’
‘Dan neem ik contact met je ouders op, dat die je persoonlijk om acht uur komen brengen. Drink ik nog snel even een kopje koffie met hen. Kunnen we samen gezellig over hun kind gaan roddelen.’
Weer een vinger omhoog.
‘Zo maakt u geen vrienden.’
Ik schoot in de lach. ‘Daar heb je gelijk in. Weet je wat? Kijk eens goed naar mij.’
Eenendertig paar ogen werden op mij gericht.
‘Alsjeblieft zeg!’ spotte ik. ‘Zie je hoe oud IK ben? Met MIJ wil JIJ toch niet bevriend zijn?”
Beetje gelach. Daarna vroeg ik aan de jongen die deze opmerking had geplaatst: ‘Hoe oud ben jij eigenlijk?’
‘Dertien.’
Ik wierp hem mijn liefste glimlach toe. ‘Dertien jaar al! Maar dan moet ik je toch wel even teleurstellen. Met jou wil ik ook niet bevriend zijn. Mij veel te jong. Ik ben geen PEDO, hoor!’
De klas schoot in de lach. ‘Een-nul,’ fluisterde iemand.
En zowaar, mijn systeem begon vanaf dit moment te werken. Ik kreeg zelfs geen klachten van de ouders dat ik dit had ingesteld en iedereen hield zich aan de afspraak van acht uur melden als je te laat kwam, je huiswerk niet af had en je boek was vergeten. De rest van de regels beschouwde ik als omgangsnormen.

Toen ik aan het einde van het schooljaar mijn ontslag bij de rector had besproken, kwam ik vijf minuten later dan normaal aanlopen. De klas stond bij de deur van het lokaal als stuiterballen te dringen. Niemand was voortijdig weggegaan. De leerlingen tikten demonstratief op hun horloge. ‘Te laat, hè? Veel te laat! Morgen acht uur melden, hoor!’
Ik nodigde hen allemaal uit om de volgende dag te komen controleren of ik er inderdaad was, maar dat ging hun te ver. Ik legde hun uit dat ik van de rector kwam en van plan was om te stoppen met lesgeven. Geen pensioen, geen financiële zekerheid, maar wel het gevoel van VRIJHEID. Doodse stilte. Waarom dan? Ik vond lesgeven toch hartstikke leuk?
´Ja, dat is ook zo.´
Ik vertelde toen over mijn schrijverscarrière.

Toen ze ten slotte hun overgangsrapport hadden gekregen en ik mijn lokaal aan het leegruimen was, mijn laatste dag op school, alleen nog één plenaire vergadering en dan was ik voorgoed weg, kwamen ze een voor een hun advies laten zien. Alsof ik dat niet zelf al wist en hen mee beoordeeld had! En ze bedankten me voor het afgelopen schooljaar. Voor de lessen, de prettige sfeer in de klas, voor alles wat ze geleerd hadden. Zo lief!

Ouderlijk huis

Geplaatst door: januari 3, 2012

Surfend op internet kwam ik tot de ontdekking dat mijn ouderlijk huis weer te koop staat. Dit keer rigoureus verbouwd tot een combinatie van een strak gelikt modern woonhuis met een grachtenpandsausje eroverheen gekieperd, dat door Rijksmonumenten beschermd wordt. Blijkbaar heeft de recessie bij deze bescherming ook toegeslagen, want wat er over gebleven is van de authentieke elementen is maar bedroevend weinig:
- De ramen aan de voor- en achterzijde
- De grote voordeur die met een doffe plof dichtslaat. In je bed kon je dan de dreun in de verte horen en voelen
- De nisjes in de logeerkamer, die achter het behang met onze tekeningen erop geplakt tevoorschijn kwamen, toen mijn moeder de kamer moderniseerde.
- De hoge plafonds

Destijds schreef ik voor De Gouden Muis het volgende over het huis waarin ik tot mijn achttiende jaar gewoond heb:

Mijn jeugd (als vierde in een gezin met zes kinderen) heb ik doorgebracht in Zwolle, in een oud grachtenhuis waar de ratten zich op de binnenplaats in de vuilnisbakken nestelden. Zodra je buiten een van de deksels hoorde klepperen, wist je dat je goed moest oppassen. Want mijn moeder had ons geleerd dat die beesten je onverwachts naar de keel konden vliegen, als ze zich in het nauw gedreven voelden. Gelukkig is het nooit gebeurd. Hoewel ik wel een paar keer heb meegemaakt dat een rat zo groot als een kat blazend tevoorschijn schoot, om vervolgens in het afvoerputje van de binnenplaats te plonzen en er via de riolering vandoor te gaan.
In dat grachtenhuis waren drie zolders. Op een ervan stond op een stoel een antieke typmachine, waar ik al heel jong korte verhaaltjes op schreef. Het typen was wel erg vermoeiend. Het binnenwerk van de typmachine zat zo vastgeroest dat je je vingers bij wijze van spreken bijna als bombardementen op de toetsen moest laten neervallen om letterlijk iets op papier te kunnen krijgen.
Sommige van mijn eigen verhaaltjes vond ik af en toe zo eng bedacht, dat ik als het schemerdonker begon te worden de twee trappen naar beneden afracete om heel even de warme veiligheid van de huiskamer op te zoeken.
Ik zal toen een jaar of zes, zeven geweest zijn, denk ik, want ik was nog te klein om zonder die stoel bij het lichtknopje te kunnen. En die typmachine was loodzwaar, niet te tillen! Met geen mogelijkheid kreeg ik die van die stoel af.
Op school verveelde ik me in groep drie te pletter. We leerden er lezen en schrijven van juffrouw Postma, die er geen rekening mee hield dat ik op de kleuterschool die vaardigheden al lang onder de knie had gekregen, dankzij het schooltje spelen met mijn drie oudere zussen. Tja, wat wil je: met drie strenge juffen, die het liefst met een houten liniaal “lijfstraffen” uitdeelden!
Vaak nam ik Heinzje mee naar school, een klein zachtrubberen poppetje, om stiekem in mijn vakje mee te spelen. Tot mijn schrik werd hij eens een keer afgepakt en moest hij drie dagen blijven logeren in het bureaulaatje van juffrouw Postma, tussen haar prikpennetjes en gommetjes! Ik kan me nog heel goed herinneren hoe ik ‘s avonds in bed urenlang om hem heb liggen huilen.
Laatst kwam ik ergens in een restaurant waar ze zogenaamde kunst aan de muur hadden hangen, een tweelingbroertje van mijn poppetje tegen, een soort Hulk-Heinzje: een groen gespoten monster dat met dikke spijkers door zijn rubberen lijfje aan de wand vastgespijkerd zat. Ik was hartstikke verontwaardigd toen ik het zag. Pure speelgoedmishandeling! Jammer dat er niet zoiets als een Speelgoedtelefoon bestaat…

De binnenplaats is nu overdekt en bij de keuken bijgetrokken. Arme ratten.
En de drie zolders? De zolders in het formaat van vroeger bestaan ook niet meer. Eentje is een sauna met badkamer geworden, een andere een enorme slaapkamer. De derde kon ik niet goed zien op de foto’s van funda.
Wat er met alle spoken die daar huisden is gebeurd, weet ik ook niet, maar die zullen ook wel vertrokken zijn.

Heinzje leeft nog wel. Het is alleen een erg vies en plakkerig poppetje geworden. Mijn kinderen roepen vaak: ‘Gooi weg dat ding!’
Maar dat kan ik nog steeds niet over mijn hart verkrijgen.

Schilderij

Geplaatst door: september 25, 2011

De afgelopen maanden heb ik niet veel gedaan en het toch best druk gehad. Een beetje aan mijn boek gewerkt, veel lezingen gegeven en xe9xe9n kort verhaal geschreven. Met veel plezier overigens. Ik had me aangemeld bij het project Prozart, dat later veranderde in 7even7, georganiseerd door het Platform Beroepskunstenaars, waar ik lid van ben geworden. De bedoeling was dat een beeldende kunstenaar, in nauwe samenwerking met een dichter/schrijver, zeven schilderijen zou maken, met tekst erop. Voor mij was het de eerste keer dat ik meedeed.
Het was echt heel erg leuk werk om te doen. Birgit Pederen (een Deense, al jaren in Nederland wonende kunstenares) en ik hadden ons aan elkaar vastgeplakt, wat resulteerde in vijf gezellige vergadermiddagen. Net als ik houdt zij ook erg veel van de schilderijen van Kroyer, dus dat schiep al sowieso een band. Daarnaast lieten we elkaar in elkaars eigen waarde, zij was de beeldmevrouw, ik de dame van de woorden.
Ik koos voor een variant op een sprookje van Grimm, aangelengd met andere sprookjesmotieven. Mijn dank hiervoor aan Jacques Vriens, die me met zijn theatershow op het idee bracht om bekende sprookjesmotieven eens lekker gezellig door elkaar te husselen en naar goeddunken aan te passen.
Bij het einde van het sprookje gebruikte ik de truc van Reve, die als slot bij zijn sprookjes voor x91kinderenx92 opeens een alwetende verteller in schuin gedrukte tekst opvoerde, die zich rechtreeks tot de lezer richtte. Het gevolg was dat het sprookje zich daardoor naar een hoger, ietwat maatschappijkritischer plan hees.
Vanuit dat sprookje ben ik zeven gedichten gaan maken, die over de zeven panelen die Birgit aan het schilderen was, verspreid werden.
Toen ik de eerste keer bij haar was, liet ze me de schilderijen zien, die ze in een soort rouwproces na het overlijden van haar moeder geschilderd had. Zeven panelen, met op elk paneel een grote zwartwitfoto van haar moeder in haar mooiste tijd geplakt, die ze telkens op een andere manier beschilderde en x91onderdelenx92 ervan liet oplichten. De ene keer een oog, dan een mond, een oor. Daarbij maakte ze stapje voor stapje de foto als geheel een stuk vager, waardoor je de indruk kreeg dat ze de beeltenis van haar moeder aan het loslaten was. Heel mooi vond ik het en ze nam toen mijn voorstel om dit bij onze panelen ook toe te passen onmiddellijk over. Dat we ook continu met elkaar overlegden en elkaar nooit in de haren vlogen, maakte ons samenwerking juist nog meer bijzonder.
Wat het helemaal tot een feestje maakte, was dat een of andere heilige kunstbobo in De Gelderlander onze samenwerking prees. Zijn woorden: x91Het team Bobje Goudsmit en Birgit Pedersen verweeft met respectvolle subtiliteit beider bijdragen.x92
Daar krijg ik echt zox92n tralalagevoel van blijdschap bij!

Het was natuurlijk alleen wel jammer dat onze panelen in een record tempo in de expositieruimte beschadigd werden. Daar zat niks subtiels meer aan. Gewoon een voorbeeld van respectloos gedrag ten opzichte van ons kunstwerk. Maar gelukkig kan Birgit de schade nog repareren.

Nieuw weblog

Geplaatst door: september 22, 2011

Heerlijk, dat mijn weblog weer in de lucht is. Ik heb me onmiddellijk iets gevoorgenomen: ik ga me niet meer opwinden over de invasie van al die vertaalde boeken die op de markt verschijnen. Er zitten gewoon heel goede exemplaren bij en ach, ik lees ook heel graag vertaalde boeken. Het is alleen jammer dat een aantal uitgevers het gemakkelijker vinden om een vertaald boek dat allang zijn sporen in het buitenland verdiend heeft, uit te brengen dan te investeren in een oorspronkelijk Nederlandse auteur. Loop maar eens een boekwinkel binnen en je schrikt van de hoeveelheid vertalingen. Bij De Slegte krijg je helemaal nachtmerriegevoelens: drie boeken tegen een gereduceerde prijs, en de laatste is ook nog gratis. Maakt niet uit of het wel of niet vertaald is. We hebben langzamerhand met zijn allen een enorme boekenberg ontwikkeld.

Dinsdag vertelde een vriendin mij dat iemand die wij gemeenschappelijk kennen gezellig met het I-padje op vakantie ging, met 1000 illegaal gedownloade titels. Als een boek haar dan niet meteen x91paktex92, kon ze het tenminste onmiddellijk deleten of gewoon op haar I-pad laten staan. Geen stofnesten meer. Geen zoldervloer meer die langzaamaan gaat doorbuigen.

En ook geen honorarium meer voor ons, schrijvers, die al zo weinig verdienen. Grrrr!

Afgelopen zaterdag was ik bij De Dag van het Kinderboek, in de OBA in Amsterdam, georganiseerd door Ted van Lieshout. Wat was ik toen blij dat ik geen weblog in de lucht had, waarop ik flink kon gaan lopen mopperen. Nu moest ik mij beheersen. Het CPNB had namelijk weer de Gouden Griffels ingesteld, voor de leeftijdsgroep van 12 t/m 15 jaar. Hoera! We hebben dus nu twee mooie prijzen voor boeken voor jongeren.

Maar wat bleek? Er waren vijf genomineerden, waarvan vier vertalingen en xe9xe9n oorspronkelijk Nederlandstalig boek. Volgens de reglementen moesten er twee prijzen worden uitgereikt, om het een beetje spannend te maken. Nou, ik zat op het puntje van mijn stoel, wie van die vijf schrijvers de Gouden Griffel voor HET NEDERLANDSE Boek zou winnen… Het charmante was dat de auteur zelf heel verrast reageerde.

Tsjonge jonge.